Energielabel voor nieuwbouw woningen

Wat kost uw energielabel?

U heeft al een energielabel voor uw nieuwbouwwoning vanaf
€ 599,- inclusief btw.

Dit is afhankelijk van de gebruiksoppervlakte.
De exacte prijs en oppervlakte vindt u door onderstaande vragenlijst in te invullen.
In stap 2 kunt u zelf direct een afspraak inplannen of aangeven om via telefoon of mail een afspraak te maken.
  1. Nadat u bovenstaande vragenlijst heeft ingevuld, kunt u direct zelf een afspraak inplannen of wordt er binnen een werkdag contact met u opgenomen om een afspraak te maken.
  2. In de opdrachtbevestiging vindt u de gegevens van uw aanvraag en informatie over welke gegevens u vooraf dient te verzorgen.
  3. Dit energielabel betreft 2 opnames:
     – Een detailopname: op basis van aangeleverde documenten wordt een voorlopig
       energielabel vastgesteld.
       Dit is nodig voor het aanvragen van een bouwvergunning en hypotheek aanvraag.
     – Opname nieuwbouw: dit is de eindcontrole wanneer de bouw voltooid is.
        Er wordt dan op locatie gecontroleerd of de beschreven materialen zijn toegepast.
        Eventuele afwijkingen hebben effect op het uiteindelijke energielabel

    Op kantoor verwerkt de EPA-adviseur de gegevens waarna u het energielabel ontvangt met daarbij een energie prestatie certificaat.
  4. U ontvangt de factuur achteraf.
Wanneer u een huis gaat bouwen dient u een energielabel aan te vragen voor nieuwbouw. Dit gebeurt volgens de zogenaamde detailopname.
Dit “voorlopige” energielabel is nodig voor het aanvragen van een bouwvergunning en/of hypotheek.
Het energielabel is verplicht bij de verhuur en verkoop van:
  • woningen en appartementen;
  • woonwagens bedoeld voor permanent gebruik;
  • recreatiewoningen die meer dan 4 maanden per jaar worden gebruikt of met een verwacht energieverbruik van meer dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik;
  • gebouwen met onzelfstandige woonruimten (wordt als 1 gebouw doorgerekend).
Een energielabel is niet nodig voor de volgende gebouwen:
  • beschermde monumenten (volgens de Monumentenwet 1988 of volgens een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening);
  • woonboten;
  • gebouwen voor religieuze activiteiten (zoals kerken en moskeeën);
  • alleenstaande gebouwen met een gebruiksoppervlakte tot 50 m2;
  • (agrarische) bedrijfspanden bedoeld voor opslag of bewerking (fabriekshallen);
  • tijdelijke bouwwerken (zoals bouwketen, noodwinkels, noodlokalen bij scholen);
  • recreatiewoningen die minder dan 4 maanden per jaar worden gebruikt en met een verwacht energieverbruik van minder dan 25% van het energieverbruik bij permanent gebruik;
  • gebouwen waarvoor geen energie gebruikt wordt om het binnenklimaat te regelen (zoals schuren of garages).